In je lichaam zitten heel veel soldaatjes die je beschermen tegen stoute “rickie-de-sickies”.
Deze soldaatjes gaan allemaal naar school om te leren welke celletjes vriendjes zijn en welke stout zijn.
De meneren en juffrouwen op school proberen de soldaatjes zo goed mogelijk te leren met welke celletjes de soldaatjes moeten vechten, alleen, de leraren kennen ook niet alle stoute celletjes.
Als de dokter nou nieuwe stoute celletjes tegen komt die je ziek maken dan doet hij deze celletjes in een spuitje. De dokter zorgt er voor dat die stoute celletjes heel lang niet kunnen eten of drinken zodat ze heel zwak worden want dan kunnen de soldaatjes makkelijk winnen van de slechte celletjes. De dokter spuit dan heel voorzichtig de zwakke celletjes in je lichaam zodat de soldaatjes goed kunnen trainen. Als dan
later de echte sterke celletjes komen dan weten de soldaatjes al hoe ze er uit zien en hoe ze de stoute celletjes aan kunnen pakken. Omdat de soldaatjes dan heel snel winnen wordt je niet meer zo lang ziek, of soms helemaal niet meer ziek.
Sommige stoute celletjes zijn heel slim. Die doen elk jaar een ander jasje aan, net zoals jij je soms wel eens verkleed. Als ze dan je lichaam binnenkomen herkennen de soldaatjes ze niet meer en kunnen er heel veel celletjes in je lichaam groeien en je ziek maken. Daarom probeert de dokter elk jaar om uit te vinden hoe de celletjes dit jaar verkleed zijn, en dan maakt de dokter een nieuw spuitje met nieuwe verzwakte rickie-de-sickies zodat je lichaam ze weer herkend.
loading...
loading...










